michiel de ruyter

Nederlandse (speel)films genieten steeds meer buitenlandse bekendheid, zo blijkt volgens de Filmkrant uit cijfers van het Filmfonds. Want niet alleen groeit het aantal vertoningen in het buitenland, bovendien gaan onze films er met meer prijzen vandoor.

Het aantal Nederlandse producties steeg van 2011 naar 2014 met 12 procent, zodat er vorig jaar 66 speelfilms en 18 lange documentaires gepresenteerd konden worden aan de buitenwereld. Deze stijging verklaart natuurlijk deels waarom we tegenwoordig beter opgemerkt worden op internationale filmfestivals. Zo werden er 39 Nederlandse speelfilms gekozen voor internationale ‘A-festivals’ in 2015 tegenover 35 in 2014, en kwam het aantal filmvertoningen op filmfestivals uit op 1.878 in 2014 tegenover 1.324 in 2011.

De prijzen die wij eender in de wacht slepen liegen er niet om. Zo sleepte De Boskampi’s al prijzen op het Hamburg Film Festival en het Seoul International Jeugdfilmfestival in de wacht, en won de Nederlandse documentaire If Mama Ain’t Happy, Nobody’s Happy een prestigieuze prijs op het Internationale Filmfestival ‘Message to Men’ in Sint Petersburg na eerdere bekroningen in Duitsland.

Duurdere films

Niet alleen maken we volgens de Filmkrant jaarlijks meer films, ook wordt er meer geld aan de producties uitgegeven. Na €106 miljoen in 2011 gaven we €133 miljoen uit in 2014, wat mede te wijten is aan het belastingvoordeel dat in die periode werd ingevoerd. Het hogere budget voor films werkt corresponderend met het aantal bioscoopbezoeken dat wij zelf aan vaderlandse producties brengen: het marktaandeel van Nederlandse films in de bioscopen nam van 15,9% in 2010 toe naar 20,9% in 2015. Dit marktaandeel staat gelijk aan een stijging van 1,9 miljoen bezoekers.